In de schaduw van de wedstrijden was er ook gelegenheid om te peilen hoe het toernooi ervaren wordt door de deelnemers en wat hun korfbalomstandigheden thuis inhouden.
Bij de Schotten varieert dat sterk. Er is achter de Muur van Hadrianus eigenlijk voornamelijk sprake van universiteitskorfbal om de simpele reden dat een clubstructuur - zoals wij die kennen – daar geheel ontbreekt. Dat is overigens niet alleen in korfbal zo; het land is veel dunner bevolkt en de sporten beperken zich vooral tot de grotere steden. Voor de buitenlandse reizen is men bovendien wat kwetsbaar, omdat iedereen zelf voor de kosten opdraait, waardoor niet altijd het allerbeste team kan worden opgesteld.
Net als in andere sporten wordt voor de internationale wedstrijden ook wel over de grens gekeken. Zo maakt op deze EK Morven van Sliedrecht deel uit van het team. Zij woont in Den Haag, speelt bij Dubbel Zes en heeft – dat is heel duidelijk aan de achternaam te zien – een Hollandse vader maar een Schotse moeder en dat levert vanzelfsprekend voldoende wortels op voor een plek in het Schotse team.
Voor Mike Brayne ligt dat iets anders. Net als veel Schotten woont hij buiten de landsgrenzen, in zijn geval in Manchester. Hij heeft op de universiteit gespeeld en ook in Engeland in daar aanwezige clubs. Hij voelt zich als een vis in het water op dit toernooi en geniet van de aanzienlijke publieke belangstelling en de accommodatie, die qua niveau ver uitsteekt boven wat ze gewend zijn. Brayne is teleurgesteld over het Schotse resultaat tegen Polen en had daar meer van verwacht dan de 16-11 nederlaag. De prikkel richting betere resultaten zal er echetr alleen maar sterker door worden, zegt hij.
De ‘boosdoeners’ rond de Schotse nederlaag zien dat natuurlijk heel anders. We spreken met Anna Kopec en Kryzstof Rubinowski, bijgenaamd Rubin. Zij hebben helder voor ogen dat ze het Poolse team weer op het niveau van de late jaren ’90 willen brengen, toen er snel progressie gemaakt werd. Het eerste doel is bij de beste acht van deze EK te komen en daarmee een plek op de WK - volgend jaar in China – te bemachtigen. Daar zal dan weer een verdere stimulans van uit gaan. In Polen is onze sport al verder doorgedrongen, vooral dankzij het volhouden van sportleraren op een aantal scholen. Het heeft tot gevolg gehad dat er ook jeugdcompetities zijn en dat af en toe wordt deelgenomen aan buitenlandse jeugdtoernooien.
Anna (spreek uit ‘Anja’) en ‘Rubin’ spelen al lang, Anna al veertien jaar. Zij genieten van de buitengewoon hartelijke ontvangst bij de vereniging OJC en beleven deze Hollandse trip als een unieke ervaring. Ze kijken hun ogen uit in het Tilburgse sportpaleis en waar ze zelf gewend zijn aan zo’n twintig toeschouwers bij een wedstrijd ondergaan ze de warme douche van publieke belangstelling in ons land ook met plezier.
De Catalanen ervaren hun verblijf bij de gastgezinnen in Tilburg en omgeving evenzeer als vrolijke gastvrijheid. Sergi Pau Gabriel verwoordde het als volgt: “Ook wij zijn niet gewend voor grote aantallen mensen te spelen. Bij de wedstrijd tegen België keken we af en toe ook even opzij naar die ruim 600 toeschouwers op de tribune. We zijn onder de indruk van de organisatie, van de sportaccommodatie en de perfecte omstandigheden. Het is mijn eerste grote toernooi en het is fantastisch om het zo mee te maken. Tegen de Belgen bleven we in de eerste helft goed overeind, maar in de tweede helft bezweken we onder de druk. Het is jammer dat mijn ploeggenote Raquel Varela in deze wedstrijd al meteen een flinke blessure opliep. Ik hoop dat ze heel spoedig herstelt en nog weer mee kan doen. Catalonië heeft in zich de verrassing van het toernooi te worden. We gaan ervoor!”.
Auteur: piet.hein.havik
bron: www.ekkorfbal2010.nl