Korfbaltermen uitgelegd - alleenspel
13-10-2011 18:20
Deze week de sportterm 'alleenspel'. Een term die we in het korfbal (gelukkig) niet zo vaak tegen komen.
Volgens de dikke van Dale is alleenspel; 'het met opzet vermijden van samenspel'. Gelukkig moet je bij korfbal juist heel goed samenspelen om tot kansen en dus doelpunten te komen.
Dribbelen, stuiteren of lopen met de bal in je handen wordt immers altijd al afgefloten door een scheidsrechter.
De KNKV korfbalspelregels zeggen het volgende over alleenspel:
Alleen te spelen / alleenspel
Alleenspel is het bewust vermijden van samenspel; dat wil zeggen: als een speler, die in het bezit is van de bal, zijn positie tracht te veranderen zonder samen te spelen.
Voorbeelden van alleenspel zijn:
-
een speler werpt bal weg met de bedoeling hem elders weer te bemachtigen. Dit is niet toegestaan, ook wanneer hij daarbij de bal tegen het lichaam van een andere speler of tegen de paal werpt. Wanneer een speler echter tracht de bal te plaatsen naar een medespeler en deze mist de bal, dan is het de eerste speler wel toegestaan de bal opnieuw te bemachtigen.
-
een speler tikt de bal al lopende voort.
Alleenspel is niet strafbaar:
-
wanneer de speler op dezelfde of nagenoeg dezelfde plaats blijft;
-
wanneer het vermijden van samenspel zonder opzet gebeurt.
Voorbeelden van alleenspel, die niet strafbaar zijn:
-
Zonder verplaatsing is alleenspel dus nimmer strafbaar (voorbeeld: een speler werpt stilstaand de bal van de ene hand in de andere of hij tikt de bal eerst tegen de vloer en pakt hem daarna).
-
Wanneer een speler zich wel verplaatst, gaat het erom of het samenspel bewust is vermeden.
-
Het voorttikken van de bal blijft onbestraft indien het ineens bemachtigen niet mogelijk is; kan daarentegen de bal ineens worden bemachtigd, dan is het niet geoorloofd die al lopende voort te tikken en daarna te bemachtigen. Ook indien
het lopende voorttikken niet geschiedt om voordeel te behalen maar uit gemakzucht, moet het worden bestraft.
-
Herhaaldelijk gebeurt het dat twee tegenstanders om de bal strijden, of door er naar te springen, of door - zich naast elkaar voortbewegend - er in gebukte houding naar te reiken. Heeft een speler voldoende voorsprong, dan zal hij meestal de bal ineens kunnen bemachtigen. Is die voorsprong daarvoor niet toereikend, dan is het hem geoorloofd de bal voort te tikken in een voor hem voordelige richting en daarna de bal te bemachtigen. Dit houdt in dat daarna ook mag worden geschoten. Bij zo’n duel kan het voorkomen, dat de bal verschillende malen moet worden aangeraakt voordat hij definitief in handen komt van één van de spelers. Ook dit is geoorloofd. Hetzelfde geldt voor de speler, die tracht de bal binnen de grenzen van zijn vak te houden. De scheidsrechter fluit eerst dan, wanneer hij van oordeel is, dat het bemachtigen eerder had kunnen plaatsvinden.
Het is duidelijk, dat de scheidsrechter hierbij de technische vaardigheid van de spelers moet beoordelen. Hoe vaardiger de speler, des te sneller kan opzet om samenspel te vermijden worden aangenomen.
De overtreding wordt bestraft met een spelhervatting.
Reacties (0)
Reageer