Wanneer is een bal bij het korfbal daadwerkelijk uit?
Met andere woorden, wanneer zal een scheidsechter fluiten voor een uitbal?
We weten dat bij veel sporten de bal uit is als deze de zij- of achterlijn van het speelveld raakt of als de bal voor meer dan de helft de zij- of achterlijn van het speelveld heeft gepasseerd, zoals bij voetbal.
Bij korfbal is de bal pas werkelijk uit als de bal de lijn van het speelveld raakt of zwevend door de lucht buiten het speelveld de grond, een muur, een persoon, het plafiond, een hangend of ander obstakel raakt.
Dat is natuurlijk goed om te weten, want hierdoor kun je bij korfbal met een sprong of andere rare beweging altijd proberen om de bal terug het speelveld in te tikken. Voorwaarde hierbij is wel dat je binnen het veld staat of bij een sprong hebt afgezet binnen het veld zonder daarbij de lijn te raken.
Onderstaand de officiële korfbalspelregels met betrekking tot de uitbal:
§ 3.7 Uitbal
De bal is uit zodra hij in aanraking komt met:
• een zij- of achterlijn van het speelveld;
• de vloer, een persoon of een voorwerp buiten het speelveld;
• de zoldering of een voorwerp boven het speelveld.
Bij een uitbal wordt een spelhervatting toegekend aan de ploeg die de bal niet voor het laatst heeft aangeraakt. Voor de uitbal gelden dezelfde bepalingen als voor een spelhervatting (zie § 3.9).
Het speelveld heeft geen kubieke maat. Met inachtneming van § 3.6m is het dus toegestaan de bal, waar deze zich ook bevindt, terug te slaan in het speelveld, mits de bal de zij- of achterlijn, de vloer, een persoon of een voorwerp buiten het speelveld, dan wel de zoldering of een voorwerp boven het speelveld nog niet heeft aangeraakt.
Bij een uitbal of bij het overtreden van § 3.6m op of buiten de grens van het speelveld, wordt de uitbal genomen buiten het veld vlak bij de zij- of achterlijn ter plaatse waar de bal of de overtredende speler de zij- of achterlijn heeft geraakt of overschreden.
Wanneer de bal uit is doordat hij de zoldering of een voorwerp boven het speelveld raakt, wordt de uitbal genomen bij één van de zijlijnen, het dichtst bij de plaats waar de zoldering of het voorwerp werd geraakt.
Raakt de bal een toeschouwer of een voorwerp in het speelveld, dan geeft de scheidsrechter een scheidsrechtersworp (§ 3.8), tenzij vaststaat dat de bal zou zijn uitgegaan, in welk geval een uitbal wordt toegekend.
Indien de nemer van de uitbal, na het fluitsignaal van de scheidsrechter voor het nemen ervan, een grenslijn of het speelveld aan de andere kant van de grenslijn aanraakt voordat de bal zijn handen heeft verlaten, fluit de scheidsrechter en kent hij een uitbal toe aan de andere ploeg.
Klik hier om de volledige korfbalspelregels te lezen (PDF file)