Onderstaand artikel kwam ik tegen in een clubblad van een andere vereniging:
Wat een feestdag had moeten worden (Stof om over na te denken!)
11 april 2009. Het beloofde een geweldige dag te worden. De weersvoorspellingen zagen er schitterend uit op de verjaardag van onze vereniging. Veel teams speelden thuis dus dat werd een dagje langs de lijn in de zon met als afsluiting de alom bekende derde helft.
’s Ochtends zat het terras al lekker vol toen ik mijn ‘eendje’ parkeerde om daar een leuke wedstrijd te fluiten van onze D1. Een wedstrijd, die zelfs al op dit niveau ergens om gaat. Leuke spelertjes en speelstertjes, die goed kunnen korfballen. Ik keek er naar uit om deze jonkies te fluiten. Ik nam nog een bakje koffie in de zon, rookte natuurlijk nog een laatste sigaretje en zag nog net iemand trots glunderen toen zijn zoon in de allerlaatste seconde de winnende treffer voor onze C1 scoorde. Maar helaas. De wedstrijd, naar waar ik uitgekeken had, werd een drama. De tegenstander kwam met een assistent-coach, die zich totaal niet met het begeleiden van zijn ploegje bezig hield maar van het begin af aan commentaar op mijn leiding meende te moeten geven. Hij schepte er klaarblijkelijk veel genoegen in om mij met een irritante grijns op zijn gezicht uit de tent te lokken en het bloed onder mijn nagels weg te zuigen. Als scheids moet je daar natuurlijk boven staan maar dat lukt niet altijd. Mijn humeur werd er niet beter op. Normaal trek je een kaart maar bij de D’tjes doe je dat niet. Wegsturen naar de zijlijn, waar het publiek staat, kan natuurlijk wel. Maar wat doe je als ‘meneer’, het vertikt en iedereen van de tegenpartij dat klaarblijkelijk de normaalste zaak van de wereld vindt.
Wat te doen? De confrontatie zoeken? Staken dan maar? Nee natuurlijk niet. Dat kun je die elfjarige pupilletjes niet aandoen. Dus toch maar doorgaan, maar natuurlijk wel met behoorlijk de smoor erin, denkende, dat de knaap, die zichzelf assistent-coach noemt vanavond bij zijn vrienden misschien wel opschept, dat het hem vandaag weer gelukt is om een scheids zo te treiteren, dat die zich afvraagt ‘waar doe ik dit voor?’. Tot overmaat van ramp, ging ook nog de zo rustig lijkende hoofdcoach ‘over de rooie’. Totaal gefrustreerd rende de goede man na een in zijn ogen foute beslissing van mij vloekend en tierend het veld in.
De wedstrijd was afgelopen en mijn dag verpest door twee zich coach noemende leiders van elfjarige, ja U hoort het goed, elfjarige kinderen. De hoofdcoach heeft zich later wel bij mij op een oprechte manier verontschuldigd. Maar hoe oprecht die excuses ook moge zijn …….. het onheil is wel geschiedt.
Onderweg naar huis in mijn 2CV, met het klapraampje open, koelde ik een beetje af om later samen met mijn vrouw op de fiets weer terug te gaan naar ons veld. De overwinning van ‘twee’, de niet onaardige nederlaag van ‘één’ en vooral de gezellige ‘derde helft’ deden mij toch maar weer besluiten om de scheidsrechtersfluit (nog) niet aan de wilgen te hangen, want daar heb ik mezelf het meest mee. Er hoeft echter niet veel meer te gebeuren of bij de vlooienmarkt van 2010 wordt mijn scheidsrechtersoutfit geveild.
Tenslotte.
Beste assistent-coach! Zonder scheids ben jij geen assistent-coach, zonder assistent-coach ben ik nog steeds scheids!
Sla deze waarschuwing niet in de wind. Wees de volgende keer op je hoede want een ezel ……
Ik mag dan wel scheids zijn maar ook maar een mens!
Aldus een verslag uit een clubblad van zomaar een korfbalvereniging.
Opmerking van ondergetekende:
De persoons- en de verenigingsnamen zijn uit het artikel gehaald.
John