Home / Nieuws

Aandachtspunten scheidsrechters 2009/2010

19-09-2009 23:04

KONINKLIJK NEDERLANDS KORFBALVERBOND
WERKGROEP REGELINGEN

secretariaat: Jan van Zomeren                   
Vlasstraat 23
3295 TM ’s-Gravendeel
tel: 078-6731633
e-mail: jan.van.zomeren@hetnet.nl                                         


Het Algemeen Bestuur heeft ruim drie jaar geleden de Werkgroep Regelingen in het leven geroepen. Eén van de taken van de werkgroep is: “voorafgaand aan het nieuwe seizoen: Aandachtspunten publiceren”.
Aandachtspunten richten zich met name op het vermelden en waar nodig toelichten van nieuwe of gewijzigde spelregels en de toepassing van regelingen, die direct te maken hebben met het spelen van een wedstrijd. Het zijn onderwerpen die het – door hun actualiteit of anderszins – wenselijk maken om ieder, die betrokken is bij de toepassing van deze regelingen, zo goed mogelijk te informeren. Deze “Aandachtspunten” hebben dezelfde strekking en betekenis als de “Aanwijzingen”, die de voormalige Technische Commissie jaarlijks – laatstelijk augustus 2001 – publiceerde.

Nadere informatie over de taken van de Werkgroep Regelingen, over de personele bezetting en de publicaties van de werkgroep vindt u op: www.knkv.nl < organisatie<landelijke commissies en werkgroepen<werkgroep regelingen, alsmede onder punt 14. hieronder.

De Werkgroep Regelingen wil de volgende onderwerpen onder de aandacht brengen van verenigingen, coaches, spelers, scheidsrechters, beoordelaars, scheidsrechterswerk-groepen en anderen, die bij het korfbalspel betrokken zijn.

AANDACHTSPUNTEN SEIZOEN 2009-20010
verklaring afkortingen:
SH:  spelhervatting
VW:  vrije worp
SW:  strafworp
§ 1.1:  § 1.1. van de spelregels


1. spelregelwijzigingen per 1 juli 2009
Er zijn geen spelregelwijzigingen.

2. vrije worp als gevolg van een zware overtreding door een verdediger
Zware overtredingen, begaan door een verdediger, worden bestraft met een VW, zo zegt § 3.10a van de spelregels. Een verplichting dus. Zware overtredingen zijn fysieke overtredingen, die met opzet worden gemaakt, en andere overtredingen, die ten doel hebben of die resulteren in het ontregelen van het aanvalsspel. In nagenoeg alle gevallen is het fluiten voor de overtreding met als gevolg een VW een groter voordeel voor de niet in overtreding zijnde ploeg dan het toepassen van de voordeelregel. De Werkgroep Regelingen constateert bij herhaling dat scheidsrechters niet fluiten en de voordeelregel toepassen. Dat is dus onjuist en in strijd met de spelregel. Alleen in het geval een aanvaller – bijvoorbeeld – een doorloopbal zal maken waarbij zijn scoringskans groter is dan die uit een VW dient de voordeelregel wel te worden toegepast. De scheidsrechter dient zich er dus steeds van te vergewissen wat het meest gunstig is voor de aanval/aanvaller.

3. “tik-tikvariant opzij” vrije worp
De “tik-tikvariant opzij” is toegestaan mits de nemer van de VW met zijn voeten achter de denkbeeldige lijn blijft, die direct achter het strafworppunt, evenwijdig aan de achter- of middenlijn, loopt. Het is een misverstand te veronderstellen dat ook de bal achter deze denkbeeldige lijn moet blijven. Waar de bal heen gaat en op wie die wordt gespeeld maakt dus niet uit. Het gaat uitsluitend om de plaats van de voeten van de nemer van de VW.


4. nemen vrije worp

Op grond van § 3.10b wordt de VW genomen direct achter het strafworppunt. Nu zijn er scheidsrechters, die verlangen dat de punt van de schoen het strafworppunt moet raken. Dat is volstrekt onjuist en nog erger: het is een overtreding van deze §, omdat er ook is bepaald dat het de nemer verboden is bij het nemen van de VW het strafworppunt of de grond tussen de paal en het strafworppunt aan te raken voordat de bal de handen van de nemer heeft verlaten. Dus:
•    goed is: direct achter het strafworppunt
•    fout is: tegen het strafworppunt aan

5. positie spelers bij de paal bij een vrije worp
Het komt in toenemende mate voor dat bij het nemen van een VW een speler, die opzij van de paal staat, wil voorkomen dat een tegenspeler een gunstiger positie inneemt, hetzij naast hem hetzij aan de andere kant van de paal. Gevolg: fysiek gedoe en soms zelfs enig gooi- en smijtwerk. Scheidsrechters treden daar niet altijd voldoende tegen op.
Volgens de toelichting op § 3.10c heeft de scheidsrechter sinds 1 juli 2008 opdracht om contact tussen spelers, die positie innemen bij het nemen van een VW, te voorkomen. Om die opdracht uit te voeren heeft de scheidsrechter een “rechtsgrond” nodig. Dat is § 3.6i: het verbod om een tegenstander te duwen, vast te houden of af te houden.

In de praktijk (dus vanaf 1.7.08) zijn er drie situaties actueel:
1. de situatie, waarbij één speler de positie van de ander niet gunt aan één zijde van de paal;
2. de situatie dat aan één zijde van de paal een aanvaller staat en aan de andere zijde diens tegenstander. Beiden hebben "voetcontact", waarbij het nodige fysieke beenwerk plaatsvindt.
3. de situatie, waarbij een mede-aanvaller en de tegenstander van de nemer van de VW de beste denkbare plaats betwisten.
 
In de gevallen 1 en 2 dient de scheidsrechter gebruik te maken van § 3.6i. De overtreder dient onmiddellijk te worden bestraft.
Is het een overtreding van de aanvaller, dan is het een SH voor de verdedigende ploeg op de plaats van de overtreding. Is het een overtreding van de verdediger, dan is het een nieuwe VW (ook als de eerste nog niet is genomen). In het laatste geval kan de scheidsrechter tevens gaan "tellen" in verband met § 3.11c-B (het toekennen van een SW wegens een herhaalde overtreding).
 
In het geval 3 heeft de tegenstander van de nemer van de VW het recht om als eerste positie in te nemen. Dit recht, dat overigens niet in de spelregels staat maar dat voortvloeit uit een destijds door de (v/h) Technische Commissie ingenomen standpunt, geldt alleen als er nog plaats is. Staat op de door hem gewenste plaats al een speler, dan hoeft deze speler uiteraard geen plaats te maken. Is er toch ongeoorloofd fysiek contact, dan is ook hier § 3.6i het instrument om op te treden.
NB: opgemerkt zij dat dit recht van de tegenstander "intern" ter discussie staat. Een vraag daarover is voorgelegd aan de IKF-PRC; een antwoord daarop is nog niet ontvangen.
 
In de toelichting op § 3.10c staat geen concrete verwijzing naar § 3.6i, die de scheidsrechter dient te hanteren. De Werkgroep Regelingen zal dit opnemen in de lijst met "spelregelkwesties 2009". Deze lijst wordt na dit kalenderjaar opgemaakt en via het Algemeen Bestuur aan de IKF-PRC gezonden.
 
De werkgroep heeft sterk de indruk dat scheidsrechters te weinig optreden en dat beoordelaars er te weinig op letten. Dus: werk aan de winkel voor deze functionarissen, maar ook voor de scheidsrechterswerkgroepen.

De werkgroep wijst tevens op een andere situatie: bij het nemen van een VW staat de aangeef naast de paal op de voorgeschreven afstand. Zijn tegenstander staat achter hem. De vraag is: mag dat? Het antwoord is: ja, mits de tegenstander daarbij geen overtreding maakt, zoals het belemmeren van het vrije gebruik van het lichaam (§ 3.6i: vasthouden, duwen, afhouden) of § 3.6j: te zwaar hinderen. Gecontroleerd lichamelijk contact is uiteraard toegestaan. Graag aandacht hiervoor, want er zijn nogal wat scheidsrechters die bij zo’n situatie affluiten, en dat is dus onjuist.
 
6. afstand bij het nemen van een spelhervatting
Bij het nemen van een SH geldt geen afstandseis voor de spelers. Desnoods kan iedereen in een kringetje om de nemer van de SH staan. Er geldt wel een afstandseis voor de bal: volgens § 3.9c is de bal pas in het spel gebracht als zij ten minste 2.50 m van de plaats van de SH is gekomen, gemeten over de grond.
Het komt heel veel voor dat medespelers de bal als het ware komen ophalen bij de nemer. Als de bal dan wordt geworpen heeft zij bij lange na nog geen 2.50 afgelegd. Het binnen die 2.50 m raken van de bal is dus fout. Een dergelijk handeling is volgens § 3.6v een overtreding. Gevolg: een SH op de plaats waar de bal wordt aangeraakt als een mede-aanvaller de overtreding maakt en een VW als een verdediger dit doet.
Deze situatie komt ook veel voor bij het opbrengen van de bal uit de verdediging en bij het nemen van een uitbal. Indien een verdediger, die bij de middenlijn een SH neemt, de bal werpt naar zijn aanvaller in het andere vak en de bal legt minder dan 2.50 m af, dan is dat – bij aanraking van de bal door die aanvaller - een overtreding van die aanvaller. Gevolg: SH in het andere vak voor de andere ploeg.

7. plaats coach is op de bank en nergens anders; ook niet achter de afrastering
Het komt – vooral bij veldwedstrijden – voor dat een coach, die zich vóór de wedstrijd netjes conform voorschrift bij de scheidsrechter heeft gemeld, achter de afrastering (of bij ontbreken daarvan: op de voorgeschreven afstand van de zijlijn) gaat staan en vanuit die positie zijn coachende taak vervult. Er zijn scheidsrechters, die daar niet tegen optreden. Dat is volstrekt onjuist. Volgens § 2.2b behoort de coach op de bank te zitten. En voor het uitoefenen van bepaalde taken mag hij de bank even verlaten. En dat is het dan. In de beschreven situatie dient de scheidsrechter de coach te verzoeken op de bank plaats te nemen. Doet hij dat niet dan betekent dat een gele kaart (code 2c3 of, als het nogal opzichtig gebeurt: code 2c4). Doet hij het dan nog niet dan wordt het weer de gele kaart en vervolgens rood. De formele waarschuwingen en de code(s) dienen op het wedstrijdformulier te worden vermeld. Voor alle duidelijkheid: het geldt ook bij zaalwedstrijden; een coach, die zich heeft gemeld mag niet op de tribune zitten of elders in een voor het publiek toegankelijke ruimte verblijven.

8. reclame op sporttenue scheidsrechter

Op grond van artikel 7a van het Sponsoringreglement is het de scheidsrechter en de assistent-scheidsrechter niet toegestaan reclame-uitingen op hun wedstrijdkleding te dragen. Onder wedstrijdkleding worden verstaan: shirt en broek/rok. Op een trainingspak, inloopshirt of uitloopbroek mag het dus wel.

9. luidsprekerlawaai tijdens de wedstrijd
Het komt steeds meer voor dat – met name bij zaalwedstrijden – muziek wordt gespeeld tijdens onderbrekingen van de wedstrijd en/of dat de doelpunten, vervangingen e.d. tijdens de wedstrijd worden omgeroepen. De vraag is: mag dat?

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen: gewoon geluid (aanmoedigingen en andere verbale uitingen) en mechanisch versterkt geluid, dus via een luidspreker of zoiets.
Gewoon geluid is toegestaan, ook al is de herrie oorverdovend. Wel kan door de scheidsrechter worden opgetreden indien er naar zijn mening overlast is van het publiek (spreekkoren, beledigingen, discriminatie e.d.). Het handvat daarvoor is § 2.3g: de scheidsrechter kan via de aanvoerder het publiek waarschuwen op straffe van schorsen of staken van de wedstrijd.
Luidsprekergeluid kan afkomstig zijn van:
a.    het publiek
b .  de organisatie van de wedstrijd

Voor "het publiek" gelden geen regels tav luidsprekerlawaai, zij het dat ook hier § 2.3g van toepassing is. Het is ook logisch dat er geen regels zijn, want waar ligt de grens: aanmoedigen, gezang, herrie, muziek, oorverdovend lawaai enz.?

Voor “de organisatie van de wedstrijd” gelden evenmin regels.
Overigens: formeel behoort “de organisatie” ook tot het publiek, zelfs als de omroeper in de zaal zit. De scheidsrechter heeft alleen te maken met de ploeg (spelers, bankzitters). Pas als er sprake is van overlast komt ook het publiek om de hoek kijken.
Zowel tijdens het spel als vóór en na de wedstrijd, in de pauze en - sinds kort - tijdens spelonderbrekingen mag de organisatie, op wat voor wijze dan ook, van de luidspreker gebruik maken.
Het is altijd gebruik dat er tijdens het spel via de luidspreker geen muziek, aanmoedigingen, opzwepende uitingen, ophitsingen e.d. plaats vonden en vinden. De luidspreker wordt dan alleen gebruikt voor mededelingen e.d.
Het is ook gebruik om vóór en na de wedstrijd en in de pauze mededelingen om te roepen en muziek te laten klinken. Het KNKV doet dat zelf ook (Ahoy, Challenge e.d.).
Nieuw is, en kennelijk afgekeken van enkele zaalsporten, ijshockey en voetbal, dat na een doelpunt en/of andere spelonderbrekingen (bijvoorbeeld time-out, blessure) een oorverdovend muzieklawaai uit de luidsprekers komt. Dat lawaai stopt als de scheidsrechter weer influit. Een ongeschreven regel dus.
Maar kennelijk is er nu een trend om het muzieklawaai nog enige tijd na het fluitsignaal aan te laten houden. Dat is vervelend en storend. De vraag is nu of aan deze trend wat te doen is.
In de KNKV-reglementen staat hier niets over; ook niet over de duur ervan. 
Er is dus geen expliciet verbod.
Toch kan er wel worden opgetreden als het te gek wordt. De basis daarvoor is te vinden in:
1. § 2.3a bepaalt: "De scheidsrechter heeft de leiding van het spel".
a. daartoe moet hij dan wel in de gelegenheid worden gesteld; indien de herrie zodanig wordt dat hij geen leiding meer kan geven - bijvoorbeeld: de spelers/bankzitters kunnen de fluitsignalen niet meer horen - dan kan hij optreden;
b. deze regel is ook een soort "kapstokartikel"; Als de scheidsrechter vindt dat hij niet meer in staat is zijn taak uit te oefenen en de regels hebben daar geen basis voor, dan is deze § de basis.
2. § 2.3g (door de scheidsrechter optreden tegen overlast van het publiek) is dan de regel, op grond waarvan tot actie door de scheidsrechter kan worden overgegaan.
NB: de scheidsrechter kan de boosdoener geen gele en/of rode kaart tonen. Dat is alleen voorbehouden aan personen, die tot de ploeg behoren. Wel kan hij, bij de toepassing van § 2.3g, bijvoorbeeld na het schorsen van de wedstrijd, de betreffende persoon opdracht geven zich uit de zaal of zelfs van de tribune te verwijderen.
Ook is het mogelijk om tegen deze persoon afzonderlijk aangifte te doen bij de Tuchtcommissie. Dat heeft overigens alleen zin als betrokkene KNKV-lid is.
 
10. wanneer is er sprake van een scoringskans, die verloren gaat (waardoor een strafworp moet volgen)?
§ 3.11a, onder A (blz. 56 spelregelboekje) bepaalt dat de scheidsrechter een SW moet toekennen bij overtredingen, die het verloren gaan van een scoringskans tot gevolg hebben.
Wat wordt verstaan onder een “scoringskans”?
a.    een reeds aanwezige scoringskans
b.    een scoringskans, die verloren gaat of die niet ontstaat doordat de aanvaller, die op weg is naar de scoringspositie, op onreglementaire wijze wordt gestuit
Ad a. is vanzelfsprekend en praktijk. Het is gewoon de tekst van § 3.11a onder A.
Ad b. is eigenlijk ook vanzelfsprekend en wordt in theorie en in de praktijk ook al jaren gehanteerd door de IKF-PRC en het KNKV; zij is een afgeleide van de spelregeltekst.
In feite wordt het begrip “scoringskans” dus ruim uitgelegd.
Dat betekent wel dat de scheidsrechter er voor 100% van overtuigd moet zijn dat een potentiële scoringskans verloren gaat.
De meest voor de hand liggende situaties zijn:
•    de (meestal uit balans gespeelde) verdediger (die formeel dus nog kan voldoen aan de eisen voor een verdedigde positie), die de aanvaller op weg naar de paal opvangt/blokkeert of torpedeert;
•    de verdediger, die de schietende aanvaller – door in te springen – torpedeert.
Voorwaarden zijn dan wel dat de aanvallende ploeg in balbezit is, de verdediger uit positie is gespeeld en de onmogelijkheid voor hem die positie in korte tijd weer in te nemen, alsmede – vooral – de mogelijkheid voor de aanvaller om onder “normale” omstandigheden tot een scoringskans te kunnen komen. Indien er bijvoorbeeld wordt ingesprongen maar er zonder dat inspringen toch geen scoringskans ontstaan zou zijn, dan kan de overtreding geen SW tot gevolg hebben.
Voor een uitgebreide beschouwing: zie de KNKV-site: < reglementen< spelregels per 1 juli 2008< meest gestelde vragen en antwoorden 1.7.2009, nr.69, vraag/antwoord 4.

11. streep of strepen op de bal; goedgekeurde bal
Volgens § 1.5 dient de bal aan een aantal eisen te voldoen. Eén daarvan is dat het op de bal aangebrachte patroon symmetrisch moet zijn, opdat bij een draaiende beweging het visuele effect van de ronde vorm niet verloren gaat. Er is het afgelopen seizoen enige discussie geweest over ballen, waarop strepen zijn aangebracht. De vraag was en is of de scheidsrechter daar op moet letten en zo ja, wat hij wel/niet mag doen. Het antwoord is eigenlijk heel eenvoudig: het enige, waarop de scheidsrechter moet letten is of op de bal de aanduiding “IKF approved” staat. Is dat het geval, dan is de bal door de IKF-PRC goedgekeurd en mag er mee gespeeld worden, ook als er strepen op staan. Is dat niet het geval, dan mag er uiteraard niet mee gespeeld worden. De scheidsrechter kan zijn oog voor symmetrie dus gewoon thuis laten. NB: de KL-bal is ook goedgekeurd. Scheidsrechters handelen dus onjuist om deze bal in een andere wedstrijdklasse te weigeren.
Alle “IKF-approved-ballen” staan vanaf 1 augustus 2009 op de IKF-site vermeld.


12. cirkel vrije worp vóór langs de paal

Er zijn soms misverstanden over de vraag waar de cirkellijn, behorende bij het vrije-worpgebied, bij de paal loopt. Het antwoord is volgens de IKF-PRC: direct vóór de paal (dus niet door het hart van de paal). De tekening in het spelregelboekje op blz. 13 is dus niet helemaal correct.

13. 2 x spelhervatting is geen vrije worp
Een aanvaller neemt een SH; indien een verdediger de bepalingen betreffende de SH overtreedt, dan volgt een VW (§ 3.6v).
Indien een verdediger een lichte overtreding maakt betekent dat een SH (tenzij de voordeelregel kan worden toegepast). Indien dezelfde verdediger even later dezelfde overtreding maakt, dan is het weer gewoon een SH, en geen VW, waartoe sommige scheidsrechters besluiten. Dus 2 x een SH is geen VW! Daarnaast heeft de scheidsrechter de mogelijkheid om § 3.11a-B toe te passen: toekennen van een SW wegens herhaalde overtreding.

14. slot
Voor opmerkingen over deze “Aandachtspunten 2009-2010” of voor vragen over de regels, betrekking hebbend op het spelen van wedstrijden, kunt u terecht bij de Werkgroep Regelingen.
De werkgroep bestaat uit:
- Gert Dijkstra,  voorzitter,  tel. 030-6374000; e-mail: gdijkstra1@mmm.com
- Rinus de Doelder, lid, tel. 0115-648811; e-mail: doelderdec@zeelandnet.nl
- Wout Jense, lid,  tel. 070-3944577; e-mail: wajense@planet.nl
- Jan van Zomeren, lid/secretaris,    tel. 078-6731633; e-mail: jan.van.zomeren@hetnet.nl

De werkgroep vraagt de scheidsrechterswerkgroepen dringend deze Aandachtpunten, alsmede de Speerpunten 2009-2010, tijdens de eerste bijscholingsavond in het nieuwe seizoen te bespreken.

De vragen kunnen ook gestuurd worden naar de servicedesk van het KNKV: e-mail: servicedesk@knkv.nl.
Deze Aandachtspunten 2009-2010 staan ook op de KNKV-site onder:
-  reglementen<spelregels per 1 juli 2008<Aandachtspunten 2009-2010;
-  competitie<arbitrage<algemene beleidsstukken< Aandachtspunten 2009-2010.

De Werkgroep Regelingen beveelt graag bij u aan de “Veel gestelde vragen en antwoorden, de spelregels betreffende”. De per 1 juli 2009 geactualiseerde versie staat op de KNKV-site onder: Reglementen<officiële spelregels per 1 juli 2008< meest gestelde vragen en antwoorden over de spelregels per 1 juli 2009.

De Werkgroep Regelingen wenst u een goed en succesvol seizoen toe.

27 mei 2009


Reacties (0)

Reageer


Reageren:

Naam:

E-mail:

Reactie: (Max. 1000 karakters)    0 / 1000